#11 Ergens tussen beklemming en opluchting

1-2 minuten

Jullie kinderen zijn niet jullie kinderen. 
Zij zijn de zonen en dochters van ’s levens verlangen naar zichzelf. 
Ze stammen van jullie, maar zijn niet jullie schepping. 
En ook al zijn ze bij je, toch behoren ze je niet toe.

~ Kahlil Gibran

Ik scheurde je weefsel open,
dat was het minste wat ik kon doen,
want ik veracht je.

Je wierp me in dit leven en doorkliefde mijn ziel,
met jouw onvermogen om mededogen te voelen,
en nu ontwen ik levenslang,
van deze vertoning die een dwaze ‘het leven’ noemt.

Je liet me maandenlang ronddobberen in giftige wateren,
geïntoxiceerde lichaamssappen, 
opgejaagd wild in een kooi van onrust,
jouw moederliefde stierf een gewelddadige dood,
toen je ervoor koos pijn met liefde te verwarren.

De placenta,
deed zwijgend haar werk,
terwijl jij faalde,
in het jouwe.

Het boeide je niet wie ik zou worden,
jij wilde een kind,
maar waarom moest ik dat dan zijn?

Voldragen onverschilligheid!

Je wist niet eens wie mijn verwekker was,
en liet me krijsen tot mijn ribben braken,
ontroostbaar, overgevoelig aan licht en geluid,
mijn vel te dun voor deze wereld.

Een leven lang zal je me kwellen met jouw demonen,
het zijn de jouwe én de mijne,
die ik me eigen zal maken,
verguisd,
tot aan het einde van mijn dagen.

De helse pijnen van wat men ‘geboren worden’ noemt,
verdwijnen in het niets,
bij het doorstaan van elke ademteug,
in dit leven,
dat jij voor me hebt uitgekozen.

Waarom liet je me huizen in een instortende wereld,
alles om mij heen in brand, 
enkel een harteloos mens noemt dit, 
een menswaardig bestaan.

Belichaamde zelfzuchtigheid!

Wedergeboren als kalfje,
ze namen me onmiddellijk mee,
lieten me geworden tot puur gewicht,
in een wegwerp plastic bakje,
ergens in een koelvak,
dit leven dat ooit warmte zocht.

Moeder,
gekwelde loeder,
je gebruikt nog steeds mijn kindergeld,
voor een snuifje plezier.

En voel jij,
net zoals ik,
dezelfde opluchting,
nu er maar één streepje zichtbaar is?

tirade van een ongeboren kind