#13 Ergens tussen een betoog en een beschaving

10-15 minuten


“Have you seen what it’s like out there, Murray?
Do you ever actually leave the studio? Everybody just yells and screams at each other. Nobody’s civil anymore! Nobody thinks what it’s like to be the other guy! You think men like Thomas Wayne ever think what it’s like to be someone like me? To be somebody but themselves? They don’t. They think that we’ll just sit there and take it like good little boys. That we won’t werewolf and go wild!” 

~ Arthur Fleck (Joker)

Mijnheer de psychiater,

ik kan het dedain waarmee de mens naar zijn eigen sterfelijkheid kijkt niet meer aan. 

Ik kom geen klootzak meer tegen wiens arrogantie niet van zich afdruipt als ware het een ijsbol die op zijn kalende kop staat en naar beneden glijdt. We zweten en stinken, gaan vreemd en schijten er op los! En toch doen we alsof God herself ons voorstuwt doorheen deze morele leegte. 

Terwijl enkel nog poenpakkerij telt, niewaar? 

Hoeveel verdient u eigenlijk per bed, hier in dit ziekenhuis, mijnheer de psychiater? En wanneer er eentje zichzelf van kant maakt halverwege de nacht, krijgt u dan een dubbele gage gezien er gegarandeerd al een nieuwe levenslustloze staat te popelen om door uw zalvende handjes te worden genezen? 

=> Ik hoor dat je vrij veel boosheid ervaart momenteel. Misschien is het belangrijk om te onderzoeken waar jouw boosheid vandaan komt? 

Wel, mijnheer, dat zal ik u proberen te vertellen. We hebben nog 24 minuten hé?
Wat gebeurt er met een mens die herhaaldelijk probeert contact te maken met de wereld, en die wereld antwoordt met procedures, onverschilligheid, haast en afwijzing? 

Misschien hebt u de film Joker gezien. Misschien vond u het een goede film. Misschien ook niet. We kijken twee uur naar een mens die langzaam uit elkaar valt en hebben uiteindelijk in drie seconden ons oordeel klaar. 

Ik zag hem ondertussen vier keer en vind het één van de beste films die ik ooit heb gezien. 

Mijn voorkeur voor de underdog krijgt hier een dikke kluif. Mijn van kleinsaf aan grote zoektocht naar de vraag of de mens goed of slecht is, lijkt hier misschien haar antwoord te vinden: we zijn beide. 

De eenzaamheid van Arthur Fleck is verpletterend pijnlijk. Maar vooral die transformatie van kwetsbaar naar gewelddadig grijpt me telkens weer bij de strot. Dit kind is niet geboren als rock-’n-rollschurk, oh nee. Hij werd mishandeld, afgewezen, getraumatiseerd, genegeerd, uitgelachen, in de steek gelaten door een systeem en bleek onzichtbaar voor een maatschappij.

Arthur Fleck vraagt om hulp. Hij probeert te vertellen dat het niet goed met hem gaat. Hij verschijnt op afspraken. Hij maakt grapjes. Hij probeert vriendelijk te zijn. Hij probeert erbij te horen. En ondertussen wordt hij nog altijd uitgelachen, in elkaar geslagen, genegeerd door een afgevlakte hulpverlener. 

Herkenbaar, mijnheer de psychiater? 

=> Ik heb de film niet gezien, nee. 

Dat zou u moeten doen, mijnheer de psychiater.
Er is een zin die me bijbleef: “The worst part of having a mental illness is people expect you to behave as if you don’t.”

Hoeveel van onze samenleving is eigenlijk gebouwd rond de verwachting dat mensen zich gedragen alsof ze géén mens zijn?

Niet moe.
Niet bang.
Niet jaloers.
Niet boos.
Niet eenzaam.
Niet seksueel.
Niet verdrietig.
Niet gefrustreerd.
Niet behoeftig.

Nooit ziek!

Gewoon functioneren. 
Op tijd opstaan. 
Altijd aan. 
Werken. 
Consumeren. 
Presteren. 
Optimaliseren.
Betalen. 
Glimlachen. 
En liefst een beetje fit en fruitig blijven terwijl we het allemaal bolwerken. 

Maar wat gebeurt er met het menselijke dier wanneer het terechtkomt in een systeem dat zijn meest fundamentele drijfveren voortdurend probeert te onderdrukken, meten, inperken en vooral monetariseren. Wanneer onze primaire behoeften om zoeken, spelen, zorgen, verlangen, vrezen, rouwen en zich verdedigen worden geëxploiteerd? 

We zijn een nogal ingewikkeld dier, toegegeven, mijnheer de psychiater.
Eentje dat miljoenen jaren evolutie achter zich heeft, met een brein waar we ondanks al onze technologische biljarden-dure snufjes nog altijd geen volledig idee van hebben hoe het precies werkt, laat staan waarom het doet wat het doet. Dus waarom blijven u en uw soortgenoten dan zo gretig om alles te willen verklaren?

=> Dat zijn interessante maatschappelijke beschouwingen, maar ik wil graag bij uw hulpvraag blijven. Hoe gaat het met uw slaap momenteel? 

Ik slaap gemiddeld 4 uur per nacht, mijnheer de psychiater. Helemaal prima!
Gaat u dat in een statistisch modelletje gieten om het succes van de behandeling aan te tonen? 

Ik las dat uw vakgebied een pseudowetenschap is. We kunnen toch helemaal geen menselijk gedrag voorspellen, ik weet zelf niet wat mijn volgende gedachte zal worden. Lineair zijn we niet, mijnheer de psychiater. We zijn gevangenen van onze eigen innerlijke kakafonieën. Uw cijfertjes geven tijdelijk wat richting, een houvast voor de onzekerheid van het niet weten wat ik de komende jaren allemaal uit zal vreten. En ondertussen gebruiken jullie de kennis om te stigmatiseren, om ons in hokjes te steken en een maatschappij te behandelen alsof we zelf niet de verantwoordelijkheid dragen voor het feit dat we stiekem allemaal een beetje verknipt zijn. 

Tijdens het proces rond Kim De Gelder stonden psychiaters en psychologen lijnrecht tegenover elkaar. De ene deskundige zag schizofrenie, de ander een schizotypische persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken. Vijf verschillende deskundigen kwamen tot verschillende interpretaties van hetzelfde menselijke wezen. 

Maar wat maakt de diagnose uit wanneer iemand baby’s te lijf gaat met een mes? 
Enig idee hoeveel walging en woede die gast niet meer heeft kunnen voelen wanneer hij overging tot de daden? 
Maakt het levensverhaal dan nog uit? 
Maakt het uit dat hij een zielig ventje was die gepest werd, of dat zijn ouders jarenlang hulp hebben gezocht voor zijn bijzondere kronkels en nooit gekregen??

Weg ermee, zeg ik u mijnheer de psychiater! 

Net zomin we het universum begrijpen, begrijpen we de mens. We moeten onze collectieve controledwang loslaten en het idee van niet weten omarmen. We weten niet hoe het komt waarom we zijn zoals we zijn. Dit mens zijn is even ondoorgrondelijk als de complexiteit van onze hersenen en als de volgende gedachte die in ons kan opkomen. Nooit te voorspellen! 

=> Neemt u uw pillen nog, mijnheer? 

Aha! Juist. De pillen. 
De pillen die u voorschrijft om het ene probleem op te lossen en er vervolgens een nieuw probleem bij cadeau doet. Een pil om de psychose te dempen. M’n buik die ondertussen steeds verder opzwelt. En mijn bloedwaarden beginnen te stijgen. Een bezorgde huisarts. Een diëtist met een voedingsschema, en een taxerende blik die meer over haar zegt dan over mij. Misschien een injectie om het gewicht weer naar beneden te krijgen. De patiënt betaalt. De zorg betaalt. De farmaceut verkoopt. Iedereen draaiend op de tredmolen!
En ondertussen biedt u mij een mindfulnesscursus wanneer ik uitgeput ben van een leven waarin de rust die me nog rest verdiend moet worden. Het advies om een app te installeren om te kunnen stoppen met telefoon gapen. Het zoveelste zelfhulpboek van een poppemieke die haar burn-out heeft overwonnen en nu een lucratief zaakje op poten heeft gezet om, ocharme, die kwetsbare wezentjes te behoeden voor alles wat deze superwoman al heeft moeten overwinnen.

Het enige wat we moeten doen, is flink in- en uitademen! En onze chakra’s goed krijgen. En dan wordt alles beter.

Iedereen exploiteert elkaar, mijnheer de psychiater. En ondertussen verliezen we onze menselijkheid. Misschien is dat wel het meest geniale aan dit systeem. Het hoeft ons niet gezond te maken. Het hoeft ons alleen maar functioneel genoeg te houden om te kunnen deelnemen, zodat iedereen kan blijven doen wat ze doen. 

Wat schrijft u daar op, mijnheer de psychiater? 
Ben ik nu een paranoïde complotdenker of vermoed je eerder een persoonlijkheidsstoornis? 
Misschien heeft u een vermoeden dat ik onder invloed ben? 
Of van plan ben het hoofd van mijn moeder te serveren op een gouden dienblad? 

=> Waar wilt u het verder nog over hebben? 

Mijnheer de psychiater,

Hebt u al gehoord van Wiske Van Wichelen? We zouden een straat naar haar moeten vernoemen. Een Vlaamse Joan of Arc, een mythologisch figuur die symbool staat voor vergelding! Want Wiske, sloeg tijdens haar 76ste levensjaar haar dementerende echtgenoot de kop in. Een vent die haar decennia lang treiterde, in mekaar mepte en vernederde. En opeens sloegen bij haar de stoppen door. 

Als wij het monster maken, mijnheer de psychiater, wie zijn wij dan wanneer het monster terugkijkt?

De echte sadisten dragen geen leren pakjes en zweepjes, oh nee… de ergste zien er gewoontjes uit. Puppy oogjes, een guitige glimlach. Met hun charme halen ze je binnen alvorens ze jouw darmen eruit rippen. 

Wist je dat er mensen bestaan die zich afrukken wanneer ze pasgeboren kittens zien vertrappeld worden onder grote mensenvoeten? Ik zie je verschrikt kijken, mijnheer de psychiater, maar ik lieg niet hoor. Ze noemen zichzelf crushers. En daarin heb je dan de softies, zij die urenlang kunnen kijken naar hoe wormpjes, krekels, spinnen en soortgenoten worden vermorzeld onder de lieftallige teentjes van bereidwillige dames.
Maar je hebt dus ook nog “hard” crushers. Dat zijn de echte goorlappen. Alles met een vachtje will do. Duwen het miauwen plat. En spuiten hun zak leeg wanneer het gehavende kittentje zijn laatste adem uitblaast.

Overtuig me maar dat het menselijke dier niet het walgelijkste is dat bestaat!

Ik las onlangs in de krant dat “de trend van vegan eten voorbij is”. Sinds wanneer is ethisch handelen een trend geworden?
Afin. Dan hoop ik dat hun kippetjes aan ’t spit opnieuw smaken. Ingespoten met bouillon, natuurlijk, want die gestresseerde, zieke dieren smaken nergens nog naar. Dus moeten die verfomfraaide wezentjes opgekalefaterd worden met smaakversterkers. Dat is dan negen euro aub! Zij waren ziek, nu jij, maar ga gerust een pilletje halen bij de apo! Om nog maar te zwijgen van die idioten die verwachten dat de slachters, die hele dagen met bloed en beulingen werken, zorgzaam omgaan met de dieren? 

Wat een bende hypocrieten zijn wij! 

Van meerdere goden, naar één god, naar wij zijn god. 

Alles verklaard vanuit het perspectief van één narcistisch wezen, dat de werkelijkheid vanuit een knullig breintje tegemoet gaat.
Wij zijn God en dus laten wij lijden. Het is de mens die bepaalt wat mag leven, wat mag sterven, wat gezond is, wat ziek is, wat normaal is, wat afwijkend is, wat goed is, wat slecht is. 

Sociale media doen er nog een schep bovenop.
Elke imbeciel krijgt een podium, een mening en iedereen krijgt de mogelijkheid om zijn eigen verwrongen werkelijkheid te verkopen als dé werkelijkheid. Een krant belicht de wereld vanuit het perspectief van één vrouw. Sociale media geven vervolgens een miljoen mannen de andere versie, eentje die beter in hun wereldbeeld past. 

Iedereen vecht met elkaar om gehoord te worden. Ondertussen hoort niemand nog echt iemand. We zijn zo druk bezig met het aantonen dat óns lijden groter is, óns onrecht erger, ónze groep bedreigder, ónze waarheid belangrijker, dat we nauwelijks nog kijken naar de mens die tegenover ons staat.

En ergens, op de achtergrond, draait de machine rustig verder.

Want terwijl wij elkaar bestoken met ons opbod naar de grootste lastigheid, kunnen degenen met macht rustig verder doen wat degenen met macht al eeuwen doen. Geld verdienen en hun reeds uitpuilende zakken vullen. 

Maar weet u wie ik nooit in de krant lees?

Gecastreerde varkens die maandenlang in een kooi vastzitten waarin ze niet eens kunnen bewegen. Enkel liggen en schrokken tot hun kop eraf wordt gehaald. 
Koloniën van kalfjes, huilend achter hun moeder en hun melk. 
Grijze verrotte zalmen, zwemmend in stront en restanten van antibiotica alvorens ze ingespoten worden met oranje kleurstof, want de illusie, weet u wel?  
Haaien zonder vinnen, zwemmend met vishaken vastgehecht in hun kaken. 
Eenzame puppy’s uren opgesloten een bench, want Moe en Va moeten toch hun geld gaan verdienen om hun teerbeminde pup te voeden! 

We weten niet meer wat zorg dragen voor is. Waarom zouden we. Alles wegwerp, alles vervangbaar. Ben je de hond beu? Laat em ergens achter, en volgend seizoen koop je toch gewoon een nieuwe? Misschien eentje die zich deze keer wel tot slaaf laat maken en gehoorzaamt op elk commando van de big chief. Liefdeloos en door angst opgevoed, tot diezelfde lamzak op reis wil gaan en de hond ergens aan de boom achterlaat. Of ophangt. 

Er bestaat niets walgelijker dan het menselijke dier, mijnheer de psychiater. Ik val in herhaling, ik weet het. 

Als soort hebben we de boel verkloot. 

En ondertussen blijven we zoeken naar die ene schuldige.

De narcist. De verslaafde. De agressieve moeder. De luie werknemer. De hysterische vrouw. De gestoorde dader.

Zo kunnen we blijven doen alsof het kwaad buiten onszelf woont. 

 => U spreekt veel over monsters en kwaad. Heeft u momenteel gedachten om uzelf of iemand anders iets aan te doen?

Dat hangt ervan af, mijnheer de psychiater. 

Wilt u weten wat ik denk, wat ik voel, of wat ik waarschijnlijk ga doen? Want dat zijn drie verschillende dingen hé!

=> En welke van de drie moet ik volgens u het meest serieus nemen?

Dat bedoel ik dus, mijnheer de psychiater.

We houden ervan mensen gevangen te houden in een rol. En zodra we iemand één van die rollen hebben toegekend, kunnen we ophouden met kijken. Dan wordt iemand een meubelstuk. Van enige waarde, zolang ze maar stil blijven staan. En na een tijdje worden ze onzichtbaar. We doen geen moeite voor elkaar, maar zijn wel verwonderd wanneer ons geliefde meubelstuk weg is. Dan knallen we met onze kont op de grond, want die zetel die er altijd stond, die is opeens weg? En dan huilen we om het verlies ervan. Of huilen we gewoon omdat we onze kont hebben bezeerd?

Bon. Ik heb dat nooit gesnapt. Dat teren op de afwezigen. Zouden we niet beter de doden wat meer rust gunnen en aandacht beginnen tonen voor de levenden? En zij die willen sterven ook gewoonweg liefdevol laten gaan?

Dit is een katholiek ziekenhuis. 
Bent u dan katholiek, mijnheer de psychiater? 
Gelooft u dat God de mens pas neemt wanneer die er klaar voor is, ook als dat betekent dat we diezelfde mens maandenlang mogen laten creperen?

Wie is dan de werkelijke sadist?

En mijnheer de psychiater,
hoe voelt U zich wanneer u God mag spelen over mijn bestaan? 
Kan u me in de ogen kijken terwijl u me antwoord? 
Of is er geen tijd meer over? 

=> Onze tijd zit er inderdaad op. Op basis van wat u vandaag vertelt, lijkt het me aangewezen dat u nog wat langer bij ons opgenomen blijft.