#09 Ergens tussen verdwijnen en aanwezig zijn

6-8 minuten

“The need to survive lit a fire in me”

~ Rupi Kaur

Mevrouw Nele keek naar mij.
Niet naar mijn gezicht. Meer alsof ze achter mijn gezicht keek.
Grote mensen doen dat soms.

Behalve mama.
Mama doet dat nooit.

“Je bent vandaag heel stil,” zei mevrouw Nele.

“Ik ben niet stil. Ik zei daarnet toch al dat Luna een gom naar mijn hoofd had gegooid. En in de speeltijd zei ik “stommerik” tegen iemand die bijna tegen mij aan liep. Dat is toch niet stil.” 

Thuis blijf ik wel altijd heel stil.
Thuis maak ik me zo klein mogelijk.

Mevrouw Nele kwam naast me zitten op de bank.

“Ik maak me zorgen om je.
Je hebt veel buikpijn de laatste tijd. “

“Ik heb gewoon een beetje honger,” antwoordde ik. 

Dat is ook gemakkelijker om te vertellen.
Toen we deze zomer naar school gingen om de papieren in orde te brengen, zei de juf dat er geen warme maaltijden meer zouden worden geserveerd aan de kindjes. Mama werd toen heel kwaad. Ze riep stoute woorden tegen de juf en schoof haar stoel naar achter.
In de auto schopte ze tegen mijn been. Ik had nog zeker een hele week een blauwe plek.
Daarna riep ze dat ik beter nooit was geboren. 
Die autorit telde ik zeven koeien.

Zou mevrouw Nele kunnen ruiken dat ik gisteren in mijn bed heb geplast?

Ik probeerde mijn nieuwe Spiderman lakens droog te wrijven maar dat lukte niet goed. Mama werd boos. Ze zei dat papa Steve geen cadeau meer zal kopen voor mijn verjaardag als ik niet lief ben voor hem.

Papa Steve werd niet boos. Dat vond ik raar. Papa Benny was anders.
Als die boos was, hoorde je het in de hele straat. Dan riep hij ook tegen mama en deed hij haar pijn. Dan bouwde ik een fort in mijn lakens en verstopte me.


Papa Steve roept nooit.

Hij kneep zacht in mijn schouder en zei: “Niet erg, kanjer.”

Papa Steve doet alles zacht. 
Ook de klink als hij ’s nachts naar mijn kamer komt.
Bij mama hoor ik eerst voetstappen en dan een klik.
Bij papa Steve niet.
Hij staat opeens naast mijn bed.
En dan ruik ik zweet. 
En de sigaretten van mama. 
Op school zeggen ze dat roken slecht is voor de gezondheid. Toen ik dat aan tafel aan mama zei, kreeg ik een klap op mijn hoofd. 

Meestal houd ik mijn ogen dicht. 

“Wat heb je deze ochtend ontbeten?” 

“Deze ochtend sliep mama nog. Ik wilde haar niet wakker maken,” zei ik. 

Mama is vaak boos. Behalve wanneer ze slaapt. Er lagen nog speculooskoekjes in de kast en ik heb er stiekem eentje gepakt. Nee, ik heb ook geen boterhammen mee vandaag.

Ik denk dat papa Steve mij straks komt ophalen. Misschien gaan we dan samen een chocolademelk drinken. Dat doen we soms met ons twee. Hij zegt dan dat het ons geheimpje is. 

“Ik heb hier een boterham met wat roerei ertussen. Wil je er eentje voor straks?”

Mijn buurjongen Bram had vroeger kipjes. Die hadden twee eieren waar kuikentjes in zaten. Je kon ze al horen piepen terwijl ze nog in hun schelp zaten. Bram en zijn zus, zijn mama en papa gingen er elke dag naar kijken. Ze waren blij nog voor de kuikentjes er waren.

Ik vroeg me af:
Zou mama ook ooit zo naar mij hebben uitgekeken?

_

Ik ga flink terug zitten aan mijn lessenaar. Dat moet zo wanneer de bel is gegaan.

Ik vind het hier leuk zitten. Lars zit naast mij. Hij heeft een coole boekentas met stickers op. Zijn papa is dokter en noemt Hendrik. 

Ik zie een boom buiten. En af en toe komt daar een zwarte hond en die moet dan altijd een plasje doen daar. Dat is grappig.

De juf schrijft op het bord. Cijfers die we in een taart moeten verdelen. Ik begrijp niet altijd wat ze zegt. Dan is de juffrouw kwaad op mij en zegt ze dat ik niet luister.  

Nee, ik heb geen handtekening van mama gekregen voor de schooluitstap. Mama zegt dat we geen geld hebben voor diene zever.

Hopelijk komt papa Steve mij straks ophalen. Ik lust wel een chocolademelk. En dat speculoosje leg ik dan in de kast voor later. Hopelijk laat papa Steve mij deze avond gewoon slapen. Hij zegt dat het toch niet zo erg is en dat hij mij graag ziet, maar dan wordt mijn buik weer hard vanbinnen. Hij zegt ook altijd dat ik tegen niemand iets mag zeggen omdat boze mensen mij dan gaan afpakken en mama dan op straat moet slapen. 

Dat het dan mijn fout is, als dat gebeurt.
Dat wil ik niet. 

Ik kijk naar mijn schrift. De lijnen zijn recht.
Ik probeer ook recht te zitten.  
De juf zegt iets over rekenen.
Ik houd mijn potlood vast zoals de andere kinderen dat doen.
Mijn hand trilt een beetje.
Ziet de juf dit niet? 

Misschien ziet de boom het wel.

De hond is vandaag nog niet gekomen. 
Misschien wil hij niet komen omdat er te veel lawaai is in de klas.
Of omdat hij al genoeg geplast heeft.

Ik kijk weer naar mijn schrift met rechte lijntjes. 
Soms denk ik dat als ik heel goed oplet, er niets fout meer zal gaan.
Maar ik weet niet goed wanneer ik goed genoeg oplet.
Niemand zegt dat tegen mij. 

_

“Deze ochtend nam ik twee stukken peer mee, maar ik hoef er maar één. Wil jij de tweede?” vroeg mevrouw Nele.

Mevrouw Nele heeft grote borsten.
Mama zegt dat ze die ook zou willen.
Ze zegt dat mannen haar dan beter zullen behandelen.

“Ik zag dat je Lars daarnet een duw gaf.
Was je een beetje kwaad op hem?”

Is mevrouw Nele niet boos omdat ik Lars een duw heb gegeven? Ze kijkt met een glimlach naar mij. Ik haal mijn schouders op, want ik weet niet waarom ik soms boos word op Lars. Soms ben ik gewoon boos. Mijn maag knort.
Ik neem de peer met beide handen vast en neem een grote hap.

“Waar ben je toch allemaal mee bezig, in dat hoofdje van jou?”

Geheimen mogen niet worden verteld. Ik moet lief zijn tegen mama en papa Steve. Op school mag ik soms boos zijn. Thuis niet. 

Gisteren was ik lief voor papa Steve. Spiderman hing ondersteboven op mijn lakens. Alleen hij kan dat. Ik keek naar het rood. En dan naar het blauw. Spiderman keek naar mij. Spiderman is nooit bang. Of misschien wel, maar dat zie je niet. Spiderman bleef gewoon zitten. Hij ging niet weg.

En daarna viel ik in slaap.

“Wil je morgen ook langskomen in de middagpauze?”

Ik zei niets, ik knikte gewoon. 

De volgende middag stond ik er, maar pas nadat de bel ging want kindjes moeten flink zijn. 


Dit verhaal is fictief. De situatie is dat niet.

In Vlaanderen worden elk jaar bijna 11.000 kinderen aangemeld bij een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. En die aantallen blijven groeien. De meeste meldingen komen van scholen en gezondheidszorg, maar ook buren, familieleden en mensen uit de directe omgeving maken mee het verschil. 

Zwijgen beschermt niemand.
Het kind al zeker niet.

Als je je zorgen maakt over een kind in je omgeving, hoef je het niet zeker te weten. Je mag bellen en melden.

Een melding leidt niet automatisch tot uithuisplaatsing. Die stap wordt enkel gezet wanneer de veiligheid van een kind niet op een andere manier kan worden gegarandeerd. Daarvoor zijn er veel tussentappen: begeleiding, thuisondersteuning, gesprekken met het gezin. Het systeem is er niet om gezinnen uit elkaar te halen, maar om ze, waar mogelijk, te helpen dragen wat te zwaar is geworden. 

Ouders die zelf vastzitten in gevoelens van schuld en/of schaamte, hebben ook recht op hulp.

  • Vertrouwenscentrum Kindermishandeling: 02 512 45 80 of vckindermishandeling.be
  • 1712: voor vragen over geweld, misbruik of mishandeling
  • Stop It Now België: voor mensen die zich zorgen maken over eigen seksuele gevoelens jegens kinderen. stopitnow.be
  • Opvoedingsondersteuning via opgroeien.be of 0800 20 000