#04 Ergens tussen verlies en zelfbehoud 

5-8 minuten

In a dream
i saw my mother
with the love of her life
and no children,
it was the happiest i’d ever seen her”

∼ Rupi Kaur, the sun and her flowers 

“Zijn er tweelingen in de familie?” vroeg de arts.

Twee sneeuwvlokjes te zien op het scherm. 
Gelijk en toch uniek, elk een blauwdruk van een foetus-in-wording. Een leven voorbestemd tot grootsheid, tenzij biologische markers, neurologische aandoeningen, ontwikkelingsuitdagingen, toevalligheden, noodlottigheden, temperament of een problematische opvoeding het een andere richting insturen. Twee fragiele wondertjes die alleen kunnen bestaan als de wereld zacht genoeg is om hen op te vangen. 

Haar hart brak open zoals een rivier zich splitst in verschillende armen:

een stroom voor de levens in haar die nooit de kans zouden krijgen om te worden, 

een stroom voor het meisje dat ze ooit was en dat nog steeds op redding wacht, 

en de hevigste stroom, voor het niet-moederschap dat ze straks zou moeten leren aanvaarden.

Hoe was ze in godsnaam zo snel in deze chaos beland?

Haar benen gespreid in de koude metalen beugels, onder het felle, onpersoonlijke licht van TL-lampen. Voor haar stond een afgezante van de cutwives: historische vrouwen die hun leven op het spel zetten en daarmee een einde op de brandstapel riskeerden, om andere vrouwen de kracht terug te geven die hen vaak met geweld was ontnomen.  

Doorheen de jaren werd het mes vervangen door een zuiger, die minutieus alle weefsels uit de baarmoeder verwijderde. Medische vooruitgang, dat wel.

Maar zij lag hier omdat ze kon kiezen. Talloze vrouwen kunnen dat niet — hun lichaam behoort nog altijd toe aan hun man, hun overheid, hun religie. En in haar geval was het opofferen van een leven in wording de enige manier om het hare te redden.

Is het nemen van een leven ooit gerechtvaardigd om dat van anderen te sparen?

Twee weken geleden hadden ze ontdekt dat ze zwanger was.
Een foutieve medische inschatting; ze hadden hen verteld dat hij geen kinderen kon verwekken. En toen dan toch het tweede streepje verscheen, stonden ze aan de grond genageld.

Zelf voelde ze niets. Toch niet de eerste uren. 

Maar diezelfde avond nog, instinctief, als Mama Beer scrolde ze doorheen de websites en verdiepte zich in hoe ze haar nieuwe rol het beste kon omarmen. 

De verantwoordelijkheid voor dit prille leven kwam als een vanzelfsprekendheid. Gedaan met slaappillen en geen alcohol meer. Wat wel nog te eten, wat niet meer. Ze las dat ze onmiddellijk een crèche moest boeken, wegens tekort aan plaatsen. Weerstand. Amper twaalf weken oud en Baby droppen bij een wildvreemde. Belangrijk dat mama haar financiële vrijheid, carrière en identiteit kan behouden? Maakt niet uit wat de hechtingsgevolgen zijn voor het kind? Omdat iedereen het doet? Nee, zij niet. 

Na amper drie dagen liet haar lichaam duidelijk merken dat deze ervaring geen lachertje zou worden. Haar reukorgaan sloeg op hol; quasi elke geur werd ondraaglijk. Zelfs het voeren van haar hond deed haar kokhalzen. Ze ontwikkelde een smetvrees zoals ze ooit eerder had gekend en durfde bijna niets meer aan te raken. Iedereen moest uit haar buurt blijven.

Ze kreeg geen tijd om te kalibreren.

De parasitaire organismen namen haar lichaam over en dompelden haar onder in een misselijkheid die ze nooit eerder had gekend. Door haar allergieën kon ze geen medicatie verdragen, ze moest dit dus proberen uitzitten. Tot ze een week later doodziek in de zetel lag. Een emmer naast zich. Niet in staat ook maar iets binnen te houden — zelfs het water van een ijsblokje niet.

Hyperemesis gravidarum.

Het bleek een ernstige vorm van zwangerschapsmisselijkheid te zijn, die het lichaam uitput, uitdroogt en richting infuus duwt. Een ziekenhuisopname is onvermijdelijk. De huisarts nam bloed af, haar hCG-waarde bleek uitermate hoog. Dat het er twee waren, wist toen nog niemand.

Terwijl ze daar lag, kokhalzend door haar eigen speeksel, drong tot haar door: de wereld leek te geloven dat zwangerschap een feest was, gevuld met babyshowers, echo’s en cupcakes. Vrouwen bleven elkaar vertellen hoe heerlijk een zwangerschap wel niet is, een ervaring die je zeker eens “moet” hebben gehad. Mannen vonden dat hun belangrijkste bijdrage al geleverd was bij de ejaculatie en voor de meesten hield het daar op. De media portretteerde zwangere vrouwen die glimlachten, straalden, zwevend op hun roze babywolk.

Maar wat ze nalieten te vertellen, is dat kinderen baren heroïsch werk is.

Hormonen razen door het lijf, met een vernietigende woestheid. Het hart bonst tegen muren van angst en vermoeidheid. Borsten scheuren bijna open van pijn en gewicht. Alle organen worden opzij gedrukt alsof ze er niet toe doen. Het bekken wordt uit elkaar geduwd door het kind dat er uit moet. Om nog maar te zwijgen van de jarenlange leeggelopen nachten vol zorgen nadien, want een kind in leven houden is klaarblijkelijk een verpletterende verantwoordelijkheid.  Dan nog het liefste moeiteloos en met een nederige glimlach: werkend, huishouden draaiend, alleen maar gevend, zonder iets terug te verwachten. 
En vergeet vooral jouw dankbaarheidsdagboekje niet in te vullen, lieve dame! 

Ze herinnerde zich ooit gelezen te hebben dat de meeste affaires van de man tijdens de zwangerschap plaatsvinden. Terwijl de vrouw zich omwentelt in eenzame beleving, zich voorbereidend op een complete fysieke, emotionele en mentale ontreddering, lukt het de man klaarblijkelijk niet een paar maanden zonder ontlading door te komen. Hoe zijn impulsen onlosmakelijk haar lijden ontketenen. 

Dag na dag voelde ze zich mentaal afglijden in een vertrouwde afgrond — dezelfde waarin ze op haar vijfentwintigste had gekeken, met de angst dat ze er ooit onvermijdelijk in te pletter zou storten.

Half snikkend, half wurgend stond ze in de keuken, het mes in haar handen, klaar om haar buik open te snijden. Ze keek naar haar eigen vingers, ze leken in het bezit van iemand anders. Ergens hoorde ze zichzelf schreeuwen.

“Haal dit ding uit me! Ik kan het niet! Ik wil het niet!”

Het voelde alsof een demon haar ziel had overgenomen en haar lichaam dingen liet doen die ze niet wilde. Het enige wat ze wilde, was de uitdrijving verrichten.
Haar lichaam had een grens bereikt en dáár voorbij gaan werd gevaarlijk. Alle logisch denken was verdwenen; er restte slechts de behoefte om het lijden te doen stoppen, zelfs als dat betekende dat ze zichzelf geweld zou aandoen. 

Ook haar lief zag in haar ogen een donkere kleur van verdwijnende wilskracht. Hij accepteerde haar beslissing zonder meer.

_

Ze wist wat een acute depressieve episode bij haar kon teweegbrengen. 

Die allesverslindende doodsangst. Het lijden moest onmiddellijk stoppen. Een tunnel, zonder licht, zonder lucht. Geen zuurstof om zich erdoorheen te ademen. 

Het legde een doorzichtige folie tussen haarzelf en de wereld.

Zij raakte niet meer tot de ander. De ander raakte niet meer tot haar. Alles in dit leven draag je werkelijk alleen. 

Ze had ooit gedacht dat ze dat kon doorbreken—niet voor zichzelf, maar voor anderen. Daarom wilde ze alleen kinderen als het een tweeling betrof. Twee wezentjes die elkaar kunnen behoeden voor de meedogenloze alleenigheid van het bestaan. Diepe verbinding als antwoord op existentiële leegte.

Maar van haar twee vlokjes bleek er één niet levensvatbaar. En het andere behouden zou haar eigen leven in gevaar brengen.
En zo lag ze hier, opengesperd, binnengedrongen door objecten die ze niet wilde toelaten.

Wederom penetratie met trauma als gevolg. 

De kunst van het dissociëren had ze allang tot een tweede natuur gemaakt. Haar geest kende de instinctieve rituelen van bescherming: het trok zich terug naar een schuilplaats waar het Kwaad haar niet kon raken.

Maar het lichaam zal blijven herinneren. 
Altijd en overal.